De kenner van het Zelf lijkt in geen enkel opzicht op de mens die aan het leven in de wereld is gehecht. De positie van de kenner van het Zelf is in harmonie met zuiver en door niets veroorzaakt, onvermengd geluk. Zijn wezen is stralend en hij weet volmaakt zeker dat dit geluk zijn eigen wezen is. Alles is ייn, alles is gelijk voor de kenner van het Zelf. De kern van zijn wezen is Liefde. Zijn Zelfverwerkelijking die plotseling en onverwachts verscheen, is volkomen zelfloos. Het is volkomen onverwacht en toch onvermijdelijk, ongelofelijk bekend en toch uiterst verassend. Het gaat alle hoop te boven en is toch volmaakt zeker. Het is volmaakt en van niets afhankelijk.

In alles, wat gij waarneemt, verschijnt gijzelf alleen.

Geef van elkaar verschillende begrippen zoals: "Ik ben Hij" en "Ik ben dit niet" geheel en al op. Beschouw integendeel alles als het Zelf. Geef zelfs de contemplatie geheel en al op en houd niets vast in uw denken. Gij zijt waarlijk het Zelf en daarom vrij.

Waar is het Zelf, de weerspiegeling van het Zelf, waar is de wereld waar het doel, en waar het middel om het doel te bereiken voor de Wijze, die eeuwig onveranderlijk is als de hemel. Schitterend is hij, die de belichaming is van de Oneindige Zaligheid, welke hem eigen is. Hij die de natuurlijke Samadhi beleeft.

De vreugde van een intieme zelfopenbaring van de Ene in zijn verscheidenheid, de veelvuldige vereniging en gelukkige wisselwerking binnen de Ene, zullen het geestelijk Leven zijn volledige, vervolmaakte zin geven.

De onmetelijke kalmte en diepe verrukking van het bestaan, verheffen zich tezamen in een toenemende intensiteit en culmineren in een eeuwige extase.